Transkritische CO2 koel- en/of vriesinstallatie [W] | RVO.nl | Rijksdienst

Service menu right

Transkritische CO2 koel- en/of vriesinstallatie [W]

Bestemd voor:
het koelen en/of vriezen van ruimten of processen tot maximaal + 16 °C,

en bestaande uit:
a. een koel- en/of vriesinstallatie met uitsluitend CO2 als koudemiddel en een koelvermogen < 100 kW, voor toepassingen anders dan in supermarkten, met:

  • ten minste één frequentiegeregelde of elektronisch toerengeregelde compressor;
  • een lucht- of watergekoelde gaskoeler, ontworpen op maximaal 2 K temperatuurverschil tussen gaskoeleruittredetemperatuur en omgevingstemperatuur bij een persdruk van 84 bar(a), met een specifiek opgenomen vermogen van de gaskoeler van maximaal 14 W per kW gaskoelervermogen;
  • een weersafhankelijke regeling van de condensatiedruk tot + 13 °C buitenluchttemperatuur;
  • een elektronische expansieregeling;
  • verdamper, exclusief koel- en/of vriestunnel en koel- en/of vriescellen;
  • (eventueel) warmteterugwinningssysteem;
  • (eventueel) adiabatische voorkoelblokken (pads) bij een luchtgekoelde gaskoeler;

b. een koel- en/of vriesinstallatie met uitsluitend CO2 als koudemiddel en een koelvermogen ≥ 100 kW, voor toepassingen anders dan in supermarkten, met:

  • ten minste één frequentiegeregelde of elektronisch toerengeregelde compressor;
  • toepassing van parallelcompressie of gas/vloeistof-ejecteur(s);
  • een lucht- of watergekoelde gaskoeler, ontworpen op maximaal 2 K temperatuurverschil tussen gaskoeleruittredetemperatuur en omgevingstemperatuur bij een persdruk van 84 bar(a), met een specifiek opgenomen vermogen van de gaskoeler van maximaal 14 W per kW gaskoelervermogen;
  • een weersafhankelijke regeling van de condensatiedruk tot + 13 °C buitenluchttemperatuur;
  • een elektronische expansieregeling;
  • verdamper, exclusief koel- en/of vriestunnel en koel- en/of vriescellen;
  • warmteterugwinningssysteem waarbij de warmte wordt gebruikt buiten de grenzen van de koel- en/of vriesinstallatie;
  • (eventueel) adiabatische voorkoelblokken (pads) bij een luchtgekoelde gaskoeler.

De omgevingstemperatuur is bij de luchtgekoelde gaskoeler een drogeboltemperatuur van + 32 °C, en bij de watergekoelde gaskoeler de wateraanvoertemperatuur.

Het specifiek opgenomen vermogen van de gaskoeler is de som van het totaal opgenomen vermogen van de ventilatoren en/of pompen, gedeeld door het gaskoelervermogen bij een temperatuurverschil van 2 K tussen gaskoeleruittredetemperatuur en omgevingstemperatuur.

Het maximum investeringsbedrag, dat voor Energie-investeringsaftrek in aanmerking komt, bedraagt € 2.000 per geïnstalleerde kW van het koelvermogen van de koelcompressoren bij bovengenoemde condities. Indien parallelcompressie wordt toegepast, kan ook het koelvermogen van deze parallelcompressoren worden meegerekend om het koelvermogen van de koelcompressoren te berekenen.

Installatiedelen, die het koudemiddel CO2 niet bevatten, komen niet voor Energie-investeringsaftrek in aanmerking.

Toelichting:
• Een subkritische koel- en/of vriesinstallatie moet voldoen aan de omschrijving van code 220212.
• Met adiabatische voorkoelblokken (pads) worden geen sproei- en nevelinstallatie bedoeld waarbij sprake is van water-of druppelverlies naar de omgeving en vorming van aerosolen.
• De toepassing van parallelcompressie kan en mag ook gerealiseerd worden met compressoren met side load. Er gelden geen nadere ontwerpcriteria voor de parallelcompressie.
• Onderkoeling is gebaseerd op een ander werkingsprincipe en wordt niet gezien als parallelcompressie.
​• Systemen ten bate van het ontdooien van verdampers worden niet gezien als warmteterugwinningssysteem.

| Gewijzigd op: 17 januari 2024